Andrea Zittel

Aangekocht naar aanleiding van haar tentoonstelling The Flat Field Works in het Middelheimmuseum.

Ik probeer abstracte elementen te gebruiken die een functie oproepen, maar die voor de toeschouwer een ervaring creëren die veel meer een mentale oefening is dan een fysieke. Zo zijn we bijvoorbeeld onbewust geconditioneerd om een horizontaal oppervlak dat 45 cm hoog is, te zien als iets om op te zitten; een horizontaal oppervlak van 75 cm hoog zien we als iets om aan te zitten, zoals een tafel of een bureau; en een oppervlak van 90 cm hoog beschouwen we als iets om voor te staan, zoals een aanrecht. Als hetzelfde oppervlak verticaal gedraaid is, wordt het een fysieke barrière, zoals een muur – wat een architecturale structuur suggereert. Maar je kunst al deze interpretaties onderuit halen: je kunt op de stoel gaan staan of op de tafel gaan zitten, en misschien is de muur vrijstand en vormt hij dus niet echt een barrière.

(uit interview met Julian Rose)

De Amerikaanse Andrea Zittel (°1965) woont en werkt momenteel in Joshua Tree (California). Haar fascinatie voor het paneel, het vlak, ligt aan de oorsprong van de Panel Pavillion werken die ze speciaal voor de expo in 2015 op Hortiflora creëerde.

Horizontale en verticale panelen zijn in verschillende materialen en kleuren uitgevoerd, en vormen samen units die zowel een industriële als huiselijke uitstraling hebben. Sommige delen zijn in aluminium, andere in beton, hout of grind. De ontstane ruimtes dicteren echter niet waartoe ze dienen.

Met deze installatie onderzoekt Andrea Zittel dus ook de dunne lijn tussen kunst en design. Je mag deze unit betreden en er vertoeven om er bijvoorbeeld een boek te lezen, te studeren, te dromen, rond te kijken.

 

Ik had pas de behoefte om kunst te maken toen ik besefte dat de kunst deel van mijn leven kon uitmaken.

(uit interview met Julian Rose)

In het begin van haar carrière als kunstenaar waren haar soms niet-conventionele woon- en atelierruimten (was steeds één woonruimte/atelierruimte die ook publiek toeganklijk was) in Brooklyn heel bepalend. Die locaties zijn niet onbelangrijk want het werk van Zittel balanceert op het snijpunt tussen kunst en architectuur.

Ze onderzoekt de wisselwerking tussen onze basisbehoeften en onze perceptie en gebruik van ruimten. Haar eigen leven is haar laboratorium. Tot drie jaar geleden had de kunstenares geen atelier, grenzen tussen wonen en weken waren zo goed als onbestaande.

 

Ik maakte mijn werk gewoonlijk op de plaats waar ik op dat moment woonde, en dus is mijn kunstenaarspraktijk in uiteenlopende ruimtes tot stand gekomen. Toen ik in 1990 in New York arriveerde, betrok ik een winkelruimte van minder dan 20 vierkante meter in Brooklyn, en daar werkte ik ook in. Ik woonde tussen mijn werk. En omdat het een winkel was, kon ik de ruimte ook openstellen voor het publiek.

(uit interview met Julian Rose)

Niet alleen het goochelen met verschillende functies in een beperkte ruimte was voor Zittel een uitdaging. Ze ging veel verder toen ze een bovenverdieping in het noorden van Williamsburg betrok waar er geen sanitair, geen stromend water en geen verwarming was.

Hoe gaat je lichaam om met zulke omstandigheden? Een experiment dat een hele reeks werken opleverde. Compacte multifunctionele units, die haar in staat stelden aan natuurlijke behoeften tegemoet te komen en de dictatuur van warmte en koude te doorbreken. Zittel ging architectuur zien als een soort menselijke prothese.

Een volgende stek in Brooklyn, eveneens een winkelruimte, doopte ze om in A-Z East. Toen ze in 2000 de stap zette naar Joshua Tree, kreeg haar afgelegen, voortdurend veranderende leefwereld daar temidden van de woestijn, de naam A-Z West mee.

 

Ik vraag me altijd af waarom mensen vinden dat we kunst in specifiek daarvoor ontworpen ruimtes moeten tonen. Waarom kan dat niet om het even waar, op om het even welk moment? Het frustreert me dat onze kunstbeleving altijd zo bepaald wordt door de autoriteit van het instituut.

(uit interview met Julian Rose)

Voor Zittel is de verhuizing naar California ook een terugkeer naar haar geboortegrond, haar grootouders hadden een boerderij iets ten zuiden van haar huidige locatie. Drie jaar geleden bouwde Andrea Zittel, er naar haar eigen concept, eindelijk een groot atelier in een traditionele structuur met hout- en pleisterwerk. Bovendien werkt ze niet langer alleen, maar heeft assistenten: de kunstenaar werd een instituut. Deze expansie is niet zozeer een persoonlijke behoefte, maar een antwoord op de veranderende kunstwereld.

 

Vroeger waren galerieën kleine, intieme ruimten die ik kon vullen met dingen die ik thuis maakte. Nu beschikken diezelfde galerieën over enorme tentoonstellingsruimten, en als gevolg daarvan heb ik een atelier van 370 vierkante meter nodig.

(uit interview met Julian Rose)

In A-Z West, haar woonst en atelier in Joshua Tree, door Zittel haar "Institute of Investigative Living " genoemd, werkt ze in team: er is een weefatelier, een ruimte voor houtbewerking, een beeldhouwkamer en een ruimte voor administratief werk en het maken van tekeningen.

Ze ontvangt er ook andere kunstenaars, schrijvers en vrienden. Een nieuwe situatie, een nieuwe stap in haar niet-aflatend onderzoek én meer reflectie over de kunstwereld door de grotere afstand ervan (ten opzichte van haar verblijf in New York toen ze er echt middenin zat).

Andrea Zittel neemt, gezien de aard van haar werk, een speciale plaats in binnen de kunstwereld. Ze behoort tot de voorhoede van kunstenaars die zich gingen bezinnen over de sociale rol van de kunst. Ze had eerder succesvolle tentoonstellingen in het Whitney Museum of American Art in New York, in het Louisiana Museum of Modern Art in Kopenhagen, het Carnegie Museum of Art in Pitsburg. Ze maakte ook deel uit van groepstentoonstellingen onder meer in het Museum of Modern Art in New York en haar werk werd geselecteerd voor Documenta X in Kassel. Het is echter de eerste keer dat de kunstenares in België exposeert.

Tussen Andrea Zittel en het Middelheimmuseum ontstond er een heel natuurlijke synergie, vanuit een gemeenschappelijke interesse in het grensgebied tussen kunst en architectuur en de lange traditie die het openluchtmuseum heeft in het brengen van werk dat de bezoeker uitdaagt en aanzet tot interactie.

Alle citaten zijn afkomstig uit het interview van Julian Rose met Andrea Zittel op 3 maart 2015. Het volledige interview kan je lezen in de catalogus die gemaakt werd bij deze tentoonsteling. De cataologus is te koop in de museumshop.

Specificaties

  • Materiaal: Beton, aluminium, hout, tenissbrick (gravel)
  • Opstelling: in de buurt van het depot van Stephane Beel.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief