Didier Vermeiren (België)

Brussel, 1951

Place

Een trendbreuk, maar tegelijk een reminiscentie aan het verleden van de beeldhouwkunst.

Zonder ook maar een vleugje ironie maakt Vermeiren sokkels en voetstukken of grondvlakken als deze, als zelfstandige entiteiten. Ze zijn even belangrijk als de beelden die ze dragen, treden uit hun schaduw en worden zelf het kunstwerk.

Dit werk bestaat uit vier kooiconstructies op zwenkwieltjes, geplaatst op de vier hoeken van een grondvlak. De positie van de wieltjes en de richting waarnaar ze wijzen, accentueren de lengte en de breedte van het grondvlak.

Het werk omschrijft de omtrek van het grondvlak, zoals de kooien de hoeken van het grondvlak benadrukken. Ondanks de welbepaalde opstelling is het voorspelbaar dat de vier kooien in een kloksgewijze beweging elkaars positie kunnen innemen. De mogelijkheid tot beweging hangt in de lucht, maar manifesteert zich niet. Hierdoor wordt het statische van het beeld onder druk gezet. Ook het grondvlak lijkt niet zeker van zijn positie. Het wekt de indruk boven de grond te zweven.

Dit werk stond op de tentoonstelling ‘Nieuwe Beelden’ in het kader van Antwerpen 93 en is nadien aangekocht. Het voldoet perfect aan het opzet en de titel van die tentoonstelling.

Locatie

Nummer 46 op het grondplan

Specificaties

  • Place
  • 1993
  • h. 192 cm x b. 650 cm x d. 650 cm
  • Zandsteen, brons
  • MID.B.479

Sculptuur gerealiseerd voor de tentoonstelling ‘Nieuwe beelden’, georganiseerd door Bart Cassiman, projectleider Hedendaagse Kunst van Antwerpen 93, Culturele hoofdstad van Europa.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief