De selectie

In het nieuwe collectiepaviljoen staan de verschillende betekenissen van kunstwerken centraal. Het Middelheimmuseum schuift bijgevolg niet één perspectief of ‘waarheid’ naar voor, maar toont een verrassende selectie van 50 kunstwerken die om diverse redenen het ontdekken waard zijn.

Het kunstwerk: verzamelaar van betekenissen

De kunstenaar is de eerste die betekenis geeft aan een werk, maar daar komen er afhankelijk van het perspectief, de context en de tijd nog vele bij. Het Middelheimmuseum ziet het als een belangrijke taak om deze veelheid aan betekenissen te verzamelen, te ontsluiten en verder te ontwikkelen. Het vindt meerstemmigheid belangrijk, waarbij ook het publiek mee de betekenis en het belang van de collectie bepaalt.

 

Het collectieparlement: kiezen vanuit diverse perspectieven

Daarom is de keuze van de werken in het collectiepaviljoen ook niet door één persoon of binnen één thema gebeurd: het museum nodigde een panel van mensen met diverse profielen uit om de selectie te maken. In dit ‘collectieparlement’ was het perspectief van verschillende belanghebbenden van het Middelheimmuseum vertegenwoordigd, waaronder dat van het publiek en dat van de kunstenaars.

 

Verschillende waarden: meer dan alleen de kunsthistorische invalshoek

Dit parlement selecteerde de kunstwerken op basis van internationale waarderingscriteria, die helpen om oog te hebben voor de verschillende redenen waarom een werk waardevol kan zijn. Daardoor zijn er zowel voor de hand liggende topstukken zoals de Femme de Venise II (1956-57) van Alberto Giacometti te zien, als onverwachte ontdekkingen te doen.

 

Alle kunstwerken werden op zeven waarden gewaardeerd.

  • De kunsthistorische waarde (zoals in  Femme à la Voilette (1895) dat toont hoe Medardo Rosso het impressionisme in de beeldhouwkunst introduceerde).
  • De algemeen historische waarde (zoals in Pieta (1937) van Käthe Kollwitz waarin bijna een eeuw Duitse geschiedenis samenkomt).
  • De museaal-historische waarde (zoals in de eerste aankoop voor het museum in 1950: La Lupa (1931) van Arturo Martini).
  • De maatschappelijke waarde (zoals in Madame Stone (L’Américaine) (1927) van Charles Despiau dat zowel aansluit bij de identiteit van de huidige vrouw als autonome persoonlijkheid, als bij complexere identiteiten en genderfluïditeit).
  • De maatschappijkritische waarde (zoals in Groep Congolese vrouwen (1953) van Floris Jespers, oorspronkelijk gekend als de “negerinnengroep”: beladen erfgoed waar de maatschappij vandaag heel anders naar kijkt dan vroeger).
  • De belevings- of esthetische waarde (zoals in Nest (2006) van Patricia Piccinini dat een publiekslieveling is).
  • De informatiewaarde (zoals in Small Mind (1992) van Richard Deacon: de maquette die ons informeert over de eerste houten gedaante van het vandaag in een stalen versie uitgevoerde Never Mind).

Meld je aan voor onze nieuwsbrief